de deconfiture van een staat


welkom // nieuws // bestuur // principe // forum // links // contact // lid worden

Een verklaring van het bestuur van Directe Democratie naar aanleiding van de val het kabinet Balkenende II

Het tweede kabinet Balkenende houdt er voortijdig mee op. Er rustte al geen zegen op maar de manier waarop de laatste stuiptrekkingen in een etmaal op 28 en 29 juni zich heeft voltrokken voor het verbijsterde oog van de natie, heeft aangetoond dat de staatsinrichting een hopeloos verouderde en volstrekt achterhaalde methode van landsbestuur is. Een beter bewijs en rechtvaardiging voor het bestaan van onze partij konden wij ons eigenlijk niet wensen, ook al zijn de consquenties voor onze organisatie behoorlijk ingrijpend.

De voorgeschiedenis van dit kabinet beloofde al weinig goeds. Nadat het eerste kabinet Balkenende door geruzie binnen de coalitiegenoot LPF ten val kwam wilden de VVD en CDA terecht niet weer zo’n wanstaltige vertoning. Bij de daarop volgende verkiezingen werd de LPF weliswaar gedecimeerd maar haalden de beide partijen net niet de vereiste meerderheid voor het vormen van een regering. Er moest een derde partner komen en niemand diende zich aan. D66 wilde niet maar is toen uiteindelijk gezwicht voor enkele tegemoetkomingen. De talloze incidenten en ruzietjes van de afgelopen 3 jaar hadden al aangetoond dat het geen gelukkig gezelschap was, daar in de Trêveszaal.

Wat is er nu eigenlijk gebeurd, zonder het politieke punt verder te benoemen, want feitelijk doet dat er niet zoveel toe. Een minister had, volgens een deel van de kamer geblunderd in een bepaald dossier. Welk dossier? Een persoonsdossier. Een individuele casus die eigenlijk helemaal niet in de kamer behoort te worden besproken. Na twee ellenlange debatten dient één van de oppositiepartijen een motie van afkeuring in tegen de minister die vervolgens gesteund wordt door één van de regeringsfracties. Op dat moment heeft het kabinet een probleem ook al is de motie als geheel door de kamer verworpen. Feitelijk valt dan de democratische bodem, het mandaat van de kiezer voor die minister weg want ze zit daar gesteund door een regeringsakkoord van 3 partijen. De minister had de eer aan zich zelf moeten houden, ook al behoefde ze dat niet van een meerderheid van de kamer. Ziedaar één van de vele onhoudbare paradoxen van het huidige systeem van onze staatsinrichting.

De minister bleef echter zitten omdat het kabinet meende dat die motie is verworpen en dus terzijde geschoven kon worden. Dat kan ook, INDIEN het democratisch mandaat van de regering niet hetzelfde mandaat is als dat van de kamerfracties van de coalitie. Dat is echter niet zo. De coalitie-fractie die de motie steunde kon vervolgens niets anders dat het vertrouwen in het hele kabinet opzeggen. Dat lijkt ons een volstrekt een duidelijk en helder standpunt. Daarop MOETEN de ministers van die partij hun ontslag wel indienen, want hun positie in het kabinet bestaat bij de gratie van het democratisch mandaat van de kamerfractie die de coalitie is aangegaan. Het regeerakkoord wordt op dat moment door één van de partijen opgezegd. De premier kan dan 2 dingen doen. Ofwel voortzetting als minderheidskabinet met steun van andere fracties in de kamer, ofwel het ontslag van het hele kabinet aanbieden aan het staatshoofd.

De premier koos voor het laatste, daarmee effectief het land voor minimaal een jaar onbestuurbaar makend. Want wat is het geval? De regering is de facto materieel demissionair en kan dus geen ingrijpende beleidsmaatregelen meer nemen. Dat betekent dat de begroting voor 2007 moet worden ontdaan van alle politieke maatregelen die reeds in voorbereiding waren. Dat kan allemaal de prullemand in. Want het kan natuurlijk niet bestaan dat een kabinet een politieke begroting indient en vervolgens de verantwoording daarvoor aan een nieuwe ploeg overlaat. Al komen er vervroegde verkiezingen, dan nog zal het enige tijd in beslag nemen om een nieuw kabinet te vormen. Een nieuw kabinet die begroting over 2007 niet meer ingrijpend kan wijzigen. Dat betekent dat we tot Prinsjesdag 2007 geen effectief landsbestuur kunnen verwachten. Het is een uitvloeisel van onze staatsinrichting die niet is uit te leggen.

Al met al toont deze hele poppenkast aan dat het het staatsbestel op de schop moet. Liever vandaag dan morgen. Wat moet er gebeuren? Een strakke scheiding der machten. Naast verkiezingen voor het parlement moeten de burgers hun regering voor 4 jaar kunnen kiezen. De huidige situatie dat een kabinet wordt gevormd op basis van het mandaat van de kamer is een gotspe.
De macht over de uitvoerende, wetgevende en controlerende taken van het landsbestuur moet de burger in ÉÉN stem overdragen aan vertegenwoordigers. Dat is een belachelijke manier van een “democratisch” bestel inrichten.

Wij stellen voor de staatsinrichting ingrijpend te wijzigen. De duidelijkheid en transparantie van het landsbestuur moet voor de burger voorop staan. Het landsbestuur is gebaat bij continuïteit. Een regering moet, ook al moeten er falende ministers weggestuurd kunnen worden, gewoon haar beleid kunnen afmaken en na haar ambtsperiode volledig rekenschap en verantwoording kunnen afleggen. Hetzelfde geldt voor het parlement. De parlementariërs dienen de regering zonder de politieke last van fractiediscipline en regeringsloyalileit te controleren en hun wetgevende taken uit te voeren; en als het aan DD ligt dienen de parlementariërs middels directe democratie aangestuurd worden door de kiezers middels debatten en stemmingen van de burger door middel van het internet.

In een dergelijke staatkundige inrichting zullen walgelijke en wanstaltige poltieke spelletjes, de vuile en vunzige praktijken die opeenvolgende kabinetten hebben geteisterd niet meer op die manier voorkomen. De staatsinrichting zoals we die hebben is kapot, het systeem is gecrashed. Als individuele personen en hun eigenaardigheden als ook individuele gevallen in de politiek gaan prevaleren boven een fatsoenlijk landsbestuur voor alle burgers, en het systeem is niet in staat om zichzelf van die uitwassen te ontdoen, dan is er iets grondig mis. Volgens het bestuur van DD kan het niet alleen anders, maar moet het ook anders



©2006 Directe Democratie